hoop zo onzeker leek. Op een avond zette ze de tv zachter en keek me indringend aan.
‘James, je denkt alleen maar aan hoe je de komende maand moet overleven. Heb je dan geen dromen?’
Ik haalde mijn schouders op.
“Ik denk dat ik graag in het restaurant wil blijven werken. Misschien word ik ooit wel gepromoveerd.”
‘Nou ja,’ zei ze, zonder veel enthousiasme. ‘Ik veronderstel dat dat in ieder geval iets is.’
Die winter gaf ze me een paar groene wollen sokken die zo lelijk waren dat ik niet